De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Vliegwiel

14 augustus 2013


Zo ongeveer luidde een persbericht dat het KCO enige tijd terug de wereld instuurde. Voor de jongere ouderen die hun leven sleten aan de Amsterdamse Van Baerlestraat en die recentelijk hun biezen pakten is dat natuurlijk geen nieuws. Wie nog maar een decennium geleden als pensionado bij het orkest vertrok, kent het huidige ensemble niet meer terug. Hier en daar herinnert een enkel gezicht op het podium ze nog aan voorbije tijden, maar zelfs die waarneming krimpt in hoog tempo. Bovendien voltrekt zich sinds de jaren ’80 ook nog eens een demografische omwenteling. Dat was namelijk de tijd dat overal ter wereld de muzikale beroepsopleidingen vier tot vijf maal zoveel meisjes als jongens begonnen af te leveren, waarmee binnen twee conservatoriumgeneraties een feminiene coup op het concertpodium werd veroorzaakt. Eerst bij de strijkers, maar inmiddels zijn ook de houtblazers in hoog tempo op weg naar samsam. Ja, zelfs in de kopersecties - met name bij de hoorns - is de genderrevolutie zichtbaar. Alleen op de dirigentenbok wil het nog niet erg lukken. Maar, zo verzekerde een violiste mij, 'dat komt omdat vrouwen zichzelf niet op een voetstuk plaatsen'. Of dat ironie was bleef haar best bewaarde geheim. Hoe dan ook, toen ik in 1996 in de zaal van de Londense Royal Academy of Music een optreden van het aanhorige schoolorkest bijwoonde, telde dat ensemble 32 muziekstudenten waarvan drie jongens. Later werd mij verteld dat die verhouding bij andere conservatoria gelijksoortig was.

Slechts een keer eerder vond bij het Concertgebouworkest zo’n grootschalige wisseling van de wacht plaats. Dat was in de jaren ‘60. De Mengelberg/van Beinum-garde rukte in en werd in korte tijd vervangen door een generatie oorlogskinderen en babyboomers. Die waren weliswaar doordesemd van het verleden (ze kwamen er zelf uit voort want hun opleiders waren hun voorgangers) maar voelden de barre (voor)oorlogse tijden en de strijd voor orkestrale onafhankelijkheid als voltooid verleden tijd. Zij vormden het Concertgebouworkest van de tweede helft van de twintigste eeuw en brachten ook een aantal niet-symfonische ensembles voort dat zich overal ter wereld liet horen. Het Nederlands Blazers Ensemble, het Danzi Kwintet, de Slagwerkgroep Amsterdam, het Concertgebouw Kamerorkest en vele andere formaties, waarvan inmiddels een aantal niet meer bestaat omdat ze sterk persoonsgebonden waren; zie KCO-ensembles. Welnu, die generatie is thans op haar beurt afgezwaaid en vervangen door opvolgers afkomstig uit alle windstreken van Europa. Opgegroeid in de wetenschap dat globalisering een dagelijks begrip is geworden. Zo draait het vliegwiel van de tijd.

Slechts een ding vormt een breuk met het verleden. Moest Leonard Bernstein tijdens de repetities nog wel eens provocatief het kunstgebit uit de mond nemen om een al te roezig Concertgebouworkest tot orde te manen, vandaag de dag valt een oorverdovende stilte als de dirigent aftikt om een instructieve mededeling te doen. Gedisciplineerd hoor, die jeugd van tegenwoordig. Of wellicht iets te veel ontzag voor het bevoegd gezag...