De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

De Verlichting bij levende lijve

Jaren 90


Dat 'de politiek' zegt zich niet te willen bemoeien met de inhoud van de kunst, is een nobel streven met een dubbelzinnige ethiek. Het klinkt correct democratisch, maar iedere subsidievoorwaarde kent nu eenmaal onvermijdelijk een artistieke merite, dus beïnvloedt het subsidiebeleid onvermijdelijk het kunstzinnige resultaat. Ten goede of ten kwade. Alleen zie je dat bij het overheidsmecenaat niet zo scherp, omdat 't daar in een web van ambtelijk-politieke adviescolleges verscholen ligt.

Dat was vroeger anders. Voorkeur en weerzin van de (meestal vorstelijke) begunstiger waren bijna altijd duidelijk. En die sterk persoonlijke inmenging bracht componisten/musici weliswaar vaak tot wanhoop, maar leidde ook wel eens tot een schokgolf in de muziekgeschiedenis. Want soms moet je 't van de gekken hebben.

Neem nu Carl Theodor van de Palts (1724-1799), die in 1743 zijn voorganger Carl Philipp als keurvorst in Mannheim opvolgde. Carl Theodor was een hartstochtelijk muziekbeoefenaar en bevorderde de Mannheimse (toon)kunst met aanzienlijke financiële inspanningen en een grote persoonlijke inzet. Het resultaat bleef niet uit. Binnen één generatie groeide de stad uit tot een internationaal centrum van kunsten en wetenschappen en was de invloed van de Mannheimse School overal in Europa merkbaar. In en rondom de fameuze Mannheimse Hofkapel had zich - onder leiding van de kapelmeester/componisten Stamitz, Richter, Holzbauer, Cannabich, Vogler en Toeschi - een muzikale avant-garde verzameld die (in tegenstelling met de situatie aan de meeste andere Europese hoven) nauwelijks Italiaanse invloed kende. In Mannheim waren het Bohemers, Oostenrijkers, Duit­sers en Nederlanders die de regels van het nieuwe, klassieke tijdperk formuleerden. En zij werden daartoe in staat gesteld door een van de meest gedreven mecenassen uit de muziekgeschiedenis: Carl Theodor van de Palts.

Carl Theodor werd onder Nederlandse invloed opgevoed, hetgeen hem niet heeft weerhouden een turbulent leven te leiden. Zijn onstuimige en buitenechtelijke liefdesverhouding met de dochter van de befaamde Mannheimse Hofkapel-fluitist Johann Baptist Wendling, is een historisch geworden liaison. Carl Theodor had een joviaal karakter en was uitzonderlijk populair bij de bevolking, want Mannheim's reputatie had de stad veel voorspoed gebracht. Kunstenaars en wetenschappers in dienst van de keurvorst genoten de beste sociale voorziening van die tijd. Carl Theodor was overigens geenszins een doetje. De vorst mocht dan gek op kunst zijn, hij regeerde strikt rationeel. Wie kritiek had mocht z'n verhaal afsteken, maar de vergadertafel was propellorvormig gemaakt, zodat (letterlijk) niemand zich achter een ander kon verschuilen. De keurvorst gedroeg zich nooit hooghartig of onbeschoft. Toen Wolfgang Amadeus Mozart gereed zat om voor hem te musiceren (november 1777), pakte de monarch zelf zijn stoel op en ging vlak naast het klavier zitten. Een handeling die zelfs in het progressieve Mannheim opzien baarde. Kortom, Carl Theodor van de Palts verpersoonlijkt de Verlichting. En de collegiale professionaliteit die de Mannheimse Hofkapel tot het beste en beroemdste orkest van Europa maakte, was geïnspireerd op het keurvorstelijk principe van wederzijds respect, gepaard aan vakmanschap.

Aan het dynamische Mannheimse tijdperk kwam een einde, toen Maximilian III van Beieren in 1778 kinderloos stierf, en het opvolgingspact Carl Theodor verplichtte beide gebieden te gaan besturen. Het grootste deel van de Mannheimse Hofkapel verhuisde mee naar München. Maar de vorst had een hekel aan de Beierse hoofdstad. Hij vond het een kleingeestige gemeenschap en lag er regelmatig overhoop met de banken en de burgerij. En telkens na zo'n aanvaring schreef het Mannheimse stadsbestuur Carl Theodor: "Komt U toch terug naar waar u thuishoort!"
Maar Carl Theodor kon niet terug en verzuurde. Bovendien brak, in het verlengde van de Franse revolutie, de oorlog uit. Generaal Pichegru verwoestte de stad in 1795 en toen Mannheim in 1801 bij het groothertogdom Baden werd gevoegd, was de fut er uit.

Zo verviel een van Europa's belangrijkste culturele hoofdsteden in enkele jaren tijds van alles tot niets. Maar Carl Theodor van de Palts bewees, dat de geestdrift van één mens de katalysator kan zijn van een belangrijke historische ontwikkeling. Want het waren de Mannheimers die de basis legden voor het moderne symfonieorkest! Wie op weg naar zuidelijke streken het slaperige stadje aan de Neckar en de Rijn passeert, moet daar toch eens aan denken. En misschien even een kijkje nemen in de paleiszaal waar Mozart speelde. Toegegeven, de zaal is nieuw, want het paleis lag precies in de baan die de British Air Force aanvloog om de U-boothaven aan de andere zijde van de rivier te bestoken en precisiebombardementen kende men nog niet. Maar zij is wel minutieus herbouwd volgens de authentieke tekeningen. Nou en? Op menig beroemd schilderij zit ook geen vezel meer van het oorspronkelijke linnen.