De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Der Mann muss hinaus...

1 oktober 2013


'Der Mann muss hinaus in ‘s feindliche Leben.'
Aldus liet Richard Strauss zich door Friedrich von Schiller inspireren bij het componeren van Ein Heldenleben. En dat hebben we geweten. De subtitels van zijn symfonisch epos liegen er bijgevolg niet om. Der Held, Des Helden Widersacher, Des helden Walstatt, Des Helden Friedenswerke, Des Helden Weltflucht und Vollendung, alles te samen een pretentie waar een gewoon mens ademnood van zou krijgen. En overal waar Strauss zijn held hoorbaar maakt citeert hij zichzelf. Don Juan, Tod und Verklärung, Also sprach Zarathustra, Don Quixote, voortdurend kondigen klinkende bekenden zich aan. Dus wie in Ein Heldenleben die eenzame samoerai in een vijandige buitenwereld is, laat zich raden. Musici zijn dol op dat stuk of ze haten het. Iets er tussenin bestaat niet. Gelukkig voor iedereen is er ook nog het onderdeel Des Helden Gefährtin. Daar horen we de bekoorlijke metgezel in de vorm van de liefhebbende vrouwelijkheid. En die is, hoe kan het anders, vormgegeven door middel van een vioolsolo. Hier klinkt Richard weer op zijn verleidelijkst.
'Aan Willem Mengelberg en het Orkest van het Concertgebouw te Amsterdam' luidt Strauss' tekst op het titelblad van de partituur. Geen wonder dus, dat Ein Heldenleben op het programma van het Verjaardagsconcert van het 125-jarige Koninklijk Concertgebouworkest staat (zondag 3 november...nee...uitverkocht). Dat programma vermeldt tevens een opvallende première: het speciaal voor het orkest geschreven Mysteriën van Louis Andriessen. Over Andriessen schrijft de website van het KCO het volgende.


In de jaren zestig maakte Andriessen deel uit van de Notenkrakers, een actiegroep die fel protesteerde tegen het in hun ogen conservatieve beleid van het Concertgebouw en zijn orkest. In 1969 verstoorden zij een concert van het Concertgebouworkest. Andriessen zou decennia lang het symfonieorkest als een overblijfsel uit het verleden beschouwen. Dat er nu een werk in première gaat dat hij speciaal voor het Koninklijk Concertgebouworkest heeft geschreven is dus een bijzonder historisch moment. 


Nu wil ik niets afdoen aan het belang van een nieuwe compositie voor het orkest of de pacificatie met een componist, maar of een en ander een bijzonder historisch moment wordt zal achteraf pas blijken. Overigens, het Concertgebouworkest voerde in 1986 Andriessens Mausoleum uit, waarbij de componist opgewekt aanwezig was, dus de huidige pax stamt niet van gisteren. En nu we het toch over geschiedenis hebben, bij de boven geciteerde webtekst dient een aantekening te worden gemaakt. In 1952 werd het orkest een soevereine organisatie, dus in 1969 was het orkest al zeventien jaar niet meer een onderdeel van de N.V. Het Concertgebouw. Het Gebouw had in die tijd, behalve voor de Kleine Zaal, nauwelijks een eigen artistiek beleid. De Notenkrakers fulmineerden dan ook primair tegen het orkest.

Soit. Wat de programmasamenstelling van dit jubileumconcert betreft, die valt te billijken. Zij is namelijk het resultaat van logisch redeneren. Kies een oud en een hedendaags werk dat speciaal voor het orkest is geschreven en je hebt klinkende geschiedenis. Of de combinatie ook werkt valt niet te voorspellen, maar dat geldt in het algemeen bij ongelijksoortig oeuvre. Het orkest heeft zich er bij zijn 125-ste verjaardag in ieder geval niet van afgemaakt met een beentjes-van-de-vloer-programma.