De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Strijk en zet

2003


Over de klank en de daaraan ontleende identiteit van het strijkorkest van het Koninklijk Concertgebouworkest doen de vreemdste verhalen de ronde en de meeste ervan komen van binnenuit. Vraag een KCO-violist dit veelgeroemde geluid te schetsen, tien tegen een dat hij verzandt in een schemerig romantisme over portamento, stokvoering en de ziel van het orkest.

Dat neemt niet weg, dat het Concertgebouworkest door de tijden heen kans heeft gezien zijn strijkers op hoog niveau te houden en spreekwoordelijk karakteristiek te laten blijven. Een niet geringe prestatie, want het orkest heeft zijn musici altijd moeten rekruteren via zijn artistieke faam en niet door zijn financiële arbeidsvoorwaarden. Het mechanisme dat aan deze klankconservering ten grondslag ligt, is even eenvoudig als doeltreffend: omdat veruit de meeste van de op jonge leeftijd geworven strijkers levenslang bij het orkest in dienst blijven, overleveren die door de jaren heen hun speelstijl en groepsattitude aan hun opvolgers. En zolang er geen grootschalige onomkeerbare schade wordt aangericht en niet hele instrumentale groepen tegelijkertijd met pensioen gaan, vernieuwt het strijkorkest zich weliswaar gelijdelijk in klank, maar blijft het verleden hoorbaar. Bovendien is hier sprake van volledige 'eigen kweek', want er komt geen buitenstaander aan te pas. Met de aantekening dat dirigenten in dit verband geen buitenstaanders zijn, daar die worden uitgenodigd om als interpreet en trainer het orkest op zijn best te houden. Waarmee we zijn beland bij de tweede parameter in de klankbeeldconstructie: de (chef)dirigent.

Dirigenten - en met name chef-dirigenten - oefenen een enorme invloed uit op de speelstijl en de klank van 'hun' strijkorkest. Vooral de chef-dirigent, want die staat tijdens het concertseizoen veruit het vaakst en het langst voor zijn orkest en dirigeert - als het goed is - het breedste repertoire. Bovendien draagt hij de eindverantwoordelijkheid voor de klinkende kwaliteit van zijn orkest. Het draait in deze om een rechtstreekse vertaling van de maestro's opvattingen over ensemblespel, klankkleur en ritmische structuren, die via nuchtere speeltechnische aanwijzingen aan de musici moeten worden overgebracht. Tot tenslotte hoorbaar wordt wat de dirigent in kwestie voor ogen staat. Dat is de reden waarom de strijkers onder leiding van Bernard Haitink met brede gebaren de strijkstok van slof tot punt mochten/mogen bewegen (waartegen sommige blazers zich nogal eens amechtig afzetten), en het bij Riccardo Chailly verboden was/is de noten langer te maken dan ze staan voorgeschreven (wat door een deel van de strijkers als ondraaglijk leed werd ondergaan). Bovendien vond/vindt Haitink de muzikale beweging van het strijkorkest maatgevend voor alle anderen in het orkest en zag/ziet Chailly alle orkestgroepen als gelijkwaardige symfonische partners. Met als gevolg (zonder generaliseren is geen duiding mogelijk) dat het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink bedekt maduro klinkt en met Riccardo Chailly metalliek transparant. En het is geen toeval dat die twee verschillende tinten in de praktijk geassocieerd worden met respectievelijk de negentiende en de twintigste eeuw; kijk maar naar de partities van hun repertoire.

Maar nu het meest saillante! In de tweede helft van de twintigste eeuw zijn het niet de chef-dirigenten Bernard Haitink en Riccardo Chailly geweest die het duidelijkste stempel op het KCO-strijkorkest hebben gedrukt. Die historische daad was het werk van Nikolaus Harnoncourt. Een omwenteling. Onder Nikolaus Harnoncourt werd het vooroorlogse vibrato aan banden gelegd en kreeg de rechterhand (de stokvoering) prioriteit boven de linker (de vingers). Onder zijn leiding werd Mozart onder hoogspanning gezet en opgeladen tot Ein richtiges Skandal. En de violisten die de snaren daarbij onvoldoende ranselden riep hij luidkeels toe: "Schade das Sie nicht trommeln können!"
En dat allemaal op moderne instrumenten met de A op 441 Hertz. Maar omdat het klinkend resultaat de muziekwereld versteld deed staan, hebben wij hem toch benoemd tot ere-gastdirigent. Terecht. Het 'geluid' van het Koninklijk Concertgebouworkest is doordrenkt met zijn invloed. Het strijkorkest voorop.