De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Schreeuw

1 november 2012


In 1975 waren het Concertgebouworkest en de Nederlandse Omroep Stichting overeengekomen een jaarlijkse Eurovisie Kerstmatinee te gaan produceren. De naderhand beroemd geworden Mahler-cyclus die uit dat initiatief is voortgekomen, was toen overigens nog niet in beeld. Voor de première van deze prestigieuze multimediale concertserie had men namelijk de keus laten vallen op Maurice Ravel's balletmuziek Daphnis et Cloé. In alle opzichten een wijs besluit. Deze partituur bevat niet alleen een briljante orkestpartij met veel instrumentale soli, maar ook een klein doch uiterst dankbaar kooraandeel. En omdat dit vocale gedeelte gezongen zou worden door het onvolprezen Omroepkoor, symboliseerde deze programmakeuze tegelijkertijd de hechte bilaterale samenwerking tussen de nationale omroep en ons nationaal orkest.

Door de democratisering van prijs en volume behoren tv-camera's tegenwoordig tot het dagelijkse beeld. Toen evenwel, was een televisie-adaptatie van een live-concert een massieve aangelegenheid. Camera's en belichtingsapparatuur waren van dinosaurische afmetingen en het publieke gewicht van het fenomeen plaatste alles en iedereen onder het rigide bewind van het beeldscherm. Kabeldragers waren belangrijker dan musici, torenhoge platforms ontnamen een flink deel van het publiek het zicht op 't concertpodium, terwijl zaalstoelen werden verwijderd om rails te kunnen leggen. Maar niemand zeurde, want het was tv en daarbij dicteerde 'het plaatje' nu eenmaal de gebeurtenissen.

Nu werden tv-evenementen met 'levend' publiek destijds voorafgegaan door een mondelinge inleiding van een floor manager. Deze maande het publiek vooral niet kinderachtig naar te camera te zwaaien of geforceerd in beeld te komen. En zo geschiedde dat ook toen. Rond half drie op Eerste Kerstdag verzocht de omroepmedewerker het publiek gedisciplineerd mee te werken aan het tot stand komen van deze bijzondere uitzending.
'Van groot zo niet doorslaggevend belang is, dat u na het slotakkoord spontaan en enthousiast reageert. Opdat de kijker thuis gesterkt wordt in zijn positieve beleving.'
Zo ongeveer sprak de stemmingmaker de verzamelde muziekliefhebbers in het Concertgebouw toe. Dit pedagogisch academisch jargon zou tegenwoordig ongetwijfeld op hoongelach stuiten, maar toen maakte het nog een verse indruk. Vooral de mededeling dat het concert simultaan in bijna alle West-Europese landen zou worden uitgezonden, onderging de zaal als een historische gebeurtenis. Men ging er eens goed voor zitten.

Pal voor de klok van drie werd twee minuten stilte in acht genomen en precies op het hele uur klonk door de luidsprekers het startcommando: 'Dertig seconden tot Ampex!'
De Ampex was een soort opnamemachine die blijkbaar een halve minuut nodig had om te starten en is inmiddels al lang aan de collectie van het Omroepmuseum toegevoegd. Na deze count down openden zich de deuren bovenaan de lange trap en begaf Bernard Haitink zich onder nadrukkelijk applaus op weg naar het dirigeerplatform. En zo nam de Kerstmatinee 1975 een aanvang.

De ambiance inspireerde de musici en dirigent bijzonder en de opwinding in de zaal over het fraai klinkende resultaat was welhaast tastbaar. Vooral de woeste dans van de roversbende, aan het slot van de zogenaamde Eerste suite, liep als een trein en eindigde in een spatgelijke orkestrale afslag. Tsjing boem!
Wat dan volgt is een kort maar adembenemend stiltevacuum, wachtend op de fameuze kabbelende noten van de houtblazers die de zonsopgang (Tweede suite) inzetten. In bevroren beweging onderging de Grote Zaal deze verpletterende geluidloosheid. Gebiologeerd en in ademloze stilte staarde men naar het concertpodium.
Toen sprong ergens achter de contrabassisten een man op, die met vertrokken gezicht, overslaande stem en twintig minuten te vroeg in de richting van de dichtstbijzijnde camera krijste: 'BRAAAVVVOOO!!!'

Het mes in het schilderij. De steen door de vitrine. De moker tegen het marmer. Haitink keek alsof de goden hem met keien hadden bekogeld. En terwijl de ene helft van de orkestleden een beroerte nabij was, werden de anderen bevangen door een bijna niet te stuiten slappe lach. Even wankelde de allereerste Eurovisie Kerstmatinee. Toen nam Bernard Haitink de enig juiste beslissing: hij hief de dirigeerstok en zette de Tweede suite in.