De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Poeme de l'extase

November 2010


Een recentelijk door mij opgenomen maar nog niet terug beluisterde radiouitzending van het Koninklijk Concert-gebouworkest betreft Alexander Skrjabins Le poème de l'extase (1908). De reden van het uitstel ligt in het feit dat Skrjabins toonkunst een incasseringsvermogen vergt dat niet ieder uur van de dag voorradig is, dus het wachten is op een goed moment.

Opmerkelijk is deze extravagante compositie met enige regelmaat opduikt in het speelplan van het KCO. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de wens van de dirigent van dienst, want ik kan mij niet herinneren dat - in de jaren dat ik deel uit maakte van het artistieke beraad van het KCO - dit werk uit eigen gelederen als onderdeel van het concertprogramma werd aanbevolen. Hoe dan ook, van mij mag het want Le poème de l'extase is een van de meest karakteristieke exponenten uit een muzikaal tijdperk waarin toonkunstenaars - in de slipstream van Richard Wagner - hun muzikale ideeën in grootschalige Gesamtkunstwerken vorm wilden geven. Zoals Gustav Mahler in zijn Sinfonie der Tausend (volgens Bernard Haitink een mislukte greep naar de macht) en de Gurre Lieder waarin Arnold Schönberg een keukenmeidenroman tot apocalyptisch muzikale proporties trachte uit te bouwen. Zich nog dieper in de zwarte romantiek onderdompelen kon niet, dus betekende het werk het einde van Schönbergs tonale periode.

Wel nu, in die geëxalteerde tijd leefde ook de geniale gek Alexander Skrjabin (1872-1915). Zijn komaf was een aristocratische Moskouse familie, waarvan de vader altijd in het buitenland vertoefde en de moeder (concertpianiste) tragisch jong stierf. Zijn levensverhaal is dan ook dostojevskisch getint. Alexander werd opgevoed door een grootmoeder en een tante, die zo idolaat van het kind waren dat zij het hardgrondig verpestten. Bovendien hadden de dames occulte vibraties en doordrenkten daarmee de jongen van obscure zaken. Niet verwonderlijk dat de knaap zich een diep egocentrisch karakter aanmat. En toen hij later Nietzsche's Also sprach Zarathustra had gelezen was het hek van de dam en baande hij zich een weg naar een eigen ontworpen Nirwana. Om die staat van geestelijke gelukzaligheid over de mensheid te doen uitstralen moesten muziek, beeldende kunst en poëzie tot één allesomvattende mystieke dimensie worden gebundeld. En hij, Alexander Skrjabin, vormde de stuwende kracht achter deze transcendente kruistocht.

De piano en het symfonieorkest vormden het muzikale gereedschap waarmee hij tot deze hogere spirituele toestand trachtte door te dringen. Zoals met Le divin poème (1904), een werk dat de 'consonante en dissonante aspecten van het menselijk bestaan' aan de orde stelt. Of Prometheus (1910), waarin een lichtorgel de kleuren van zijn 'hemelse harmonieën' zichtbaar moet maken. En dus zijn Poème de l'extase (1908) dat een luisterervaring dient te verwekken 'gelijk het kijken in het oog van de zon'. Deze drie composities vormden overigens de opmaat van het ultieme maar nooit gerealiseerde Mysterium: een totaalkunstwerk dat zou worden uitgevoerd in een Indiase tempel en waartijdens de streng geselecteerde toehoorders zich in een kosmische paring zou verenigen.
'Ik breng geen waarheid maar vrijheid,' aldus de man die zich God voelde in het diepst van zijn gedachten.

Gelukkig is de muziek zelf vrij van deze geëxalteerde rimram. Zeker, in Le poème de l' extase lopen de emoties hoog op, maar het werk heeft een strenge sonatevorm met een duidelijke microstructuur. En zelfs in de pluritonaliteit (daar waar verschillende toonsoorten tegelijk optreden) blijft C-groot de middelpuntvliedende harmonische kracht.
'Want aan het bloedrode C-majeur ligt de Kosmische Eros ten grondslag.'
Drie karakteristieken voeren de boventoon: de vlucht van het spirituele (fluit), het ontvankelijke vrouwelijke (soloviool) en de drang tot verheffing (trompet). En verder koppelde Skrjabin het stuk aan een ronkend symbolistisch gedicht over 'Het Zijn Van De Geest'. Maar om misverstanden op het concertpodium te voorkomen, ging de uiteindelijke partituur slechts vergezeld van de instructie 'dat dirigenten het werk moeten benaderen als pure muziek'. Want hij was wel gek maar niet achterlijk.

Komt Poème de l'extase een keer voorbij? Koop een kaartje en luister naar het magnum opus van een toonkunstenaar die een bizar wereldbeeld aanhing, maar zich tegelijkertijd een groot compositorisch talent toonde. Een combinatie die je wel vaker tegenkomt in de muziekgeschiedenis. En denkt u na afloop nog even aan de eerste trompettist. Vijfentwintig minuten lang moet de man op de meest wagneriaanse wijze als hemeltrompetter fungeren en daarvoor is niet alleen groot vakmanschap vereist maar ook een paar lippen van gewapend beton.