De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Plaatsvervangend ouderschap

1 juli 2012


Een van de meermaaldaagse handelingen van een beroepsmusicus is de fysieke verzorging van het muziekinstrument. Schoonmaken, doorblazen, smeren, poetsen, drogen, herstellen, inpakken, oliën, vernieuwen en alle verdere restaurerende verrichtingen die nodig zijn om een verfijnd stuk beroepsgereedschap in optimale conditie te houden. Wie dat reinigingsritueel veelvuldig en van dichtbij beziet, valt een welhaast metaforische analogie op: muzikanten behandelen hun muziekinstrument alsof het hun kind is. Zie een violiste de snaren en het bovenblad van strijkstokhars reinigen en je aanschouwt een routinehandeling die te vergelijken valt met het moederlijk kuisen van een peuter met een snotneus. En de wijze waarop het instrument na gedane arbeid weer in de beschermende kist wordt gelegd, lijkt verbluffend veel op de koesterende manier waarop een ouder de pasgeboren baby in de wieg vlijt.

Ziedaar, muzikanten en hun instrumenten verhouden zich tot elkaar als ouder en kind. En net als dat bij kinderen het geval is, bestaat er ook bij de instrumentale verzorging een verschil tussen klein en groot onderhoud. Want je mag je eigen kroost nog zo goed kennen, zelfmedicatie zonder voldoende kennis van zaken kan faliekant verkeerd aflopen.
Zoals dat een oud-violist van het Concertgebouworkest overkwam. Deze wilde tijdens een concertreis door een streng vriezend buitenland zijn ‘oude meester’ beschermen tegen uitdroging en liet daartoe zijn viool de nacht doorbrengen boven een badkuip vol warm water. Door dit Turks bad nam de lijm vloeibare vorm aan en bungelde er de volgende dag nog slechts de hals met vier snaren aan de waslijn.

Minder dramatisch en vooral bezopen was de ervaring van de trompettist die een emmer ongepasteuriseerde melk door zijn trompet spoelde. Iemand had hem verteld, dat dit de binnenzijde van de bronzen buizen met een laagje kopergroen zou bedekken, waardoor het instrument een fluwelen toon zou aannemen. Binnen enkele dagen kon hij geen lucht meer door de trompet krijgen, omdat zich in het buizenstelsel een schimmelkweek had gevormd waaruit een farmaceutisch bedrijf een compleet spectrum antibiotica had kunnen genereren. De verbouwereerde koperblazer zag zich gedwongen het instrument met afvoerontstopper door te spoelen.

Zo eist ieder muziekinstrument absolute onderwerping en onvoorwaardelijke aandacht van de bespeler. En daarom gebeurt het soms dat die niet aflatende onderhoudsplicht een muzikant te veel wordt. Dan is de weerzin tegen ‘dat stompzinnige gepoets van dat ding dat alles eist en nooit iets terugdoet’ zo opgelopen, dat hij in zijn zucht naar een totalitaire oplossing een brug te ver gaat. Gelijk de contrabassist van een (niet meer bestaand) symfonieorkest, die het dagelijkse poetsen en boenen zo zat was dat hij zijn contrabas in een dubbele laag blanke lak zette. Het instrument straalde je zelfs in het donker nog tegemoet en de bespeler ervan was lyrisch over deze arbeidsbesparende kunstgreep. Tot de centrale verwarming van de concertzaal werd aangezet en de steenharde laklaag begon te krimpen. Tijdens een uitvoering van het Requiem van Mozart knalde het instrument in een ontelbaar aantal stukjes uit elkaar.
En nu we het toch over brokkenmakers hebben, lang geleden (nog in het zwartwittijdperk) verloor eens een musicienne van het Concertgebouworkest zich in dusdanige gramschap, dat zij haar viool op het hoofd van een collega aan splinters sloeg. Tja, soms komen sprookjes uit, ook die met een boze stiefmoeder.