De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Ongerief en misverstand

1998


In mei 1985 toerde het KCO naar het Noorse Bergen, om er met de oude maestro Antal Dorati een concert te geven. Het werd een optreden met een merkwaardig podiumincident. Bergen bleek inderdaad the biggest shower on earth die de Noorse piloot ons orkestleden via de intercom had beloofd. De stad ligt namelijk aan het einde van de Warme Golfstroom. Het voordeel van die bijzondere geografische positie is, dat de fjorden er 's winters niet dichtvriezen. Maar deze ligging zorgt er ook voor, dat het er altijd regent of zojuist heeft geregend. Bovendien ligt de stad ingeklemd tussen de bergen, waardoor de vochtigheid zichtbaar blijft hangen en de atmosfeer er voelt als die van een koude douchecel. Ons orkestrale optreden vond plaats in - u raadt het al - de Grieg Halle. De Bergense Grieg Halle is een muziektheater dat ruimte biedt aan opera- én concertuitvoeringen. Een combinatie uit verkeerde zuinigheid, want meestal levert die samenvoeging een ernstige akoestische teleurstelling op. Zo heeft menig naoorlogs multifunctioneel cultuurcentrum ons inmiddels geleerd.

De eerste helft van het programma bestond uit Bela Bartok's Concert voor orkest. Een compositie waarvan een groepje orkestleden (waarbij ondergetekende) zogenoemd 'partituur-vrij' was. Wij wachtten derhalve op de muzikale gebeurtenissen van na de pauze. Omdat de zaal volledig was uitverkocht en er dus geen stoel meer vrij was, besloten wij niet-spelers de artistieke verrichtingen van onze collega's op het achtertoneel te beluisteren. Nauwelijks echter, hadden de lage strijkers de eerste geheimzinnige noten van Bartok's meesterwerk ten gehore gebracht, of ergens in de lichtmasten begon een transformator van een der schijnwerpers hevig te zoemen. Een technisch ongerief, dat snel in klankvolume toenam en overging in een uiterst penetrante bromtoon. Door de toenemende herrie begon ons groepje muzikanten en stafleden achter de bühne zich bezorgd te maken over mogelijke overlast.
Besloten werd dat ik vanuit de coulissen voorzichtig de aandacht van de achterste rijen musici zou trachten te trekken, om hen met gebarentaal te vragen of er geluidshinder op het toneel was waar te nemen en zo ja, hoe storend die dan wel was. Maar niemand van de schichtig opzij kijkende musici begreep ook maar iets van mijn pantomime vanuit de zijschermen. Ten einde raad besloot de toenmalige artistiek directeur van het Concertgebouworkest, Hein van Royen, poolshoogte te gaan nemen in de zaal. Daartoe moest hij via een kleine toneeldeur achterom de decoropslag de doorloop naar de wandelgangen zoeken. Toen-ie eindelijk ter plekke was aangekomen opende hij voorzichtig een der zaaldeuren, maar werd daarbij onmiddellijk door een suppoost in de kraag gegrepen en zonder pardon gesommeerd op te hoepelen. En omdat de potige zaalwachter sterk de indruk wekte het shoot-to-kill-beginsel te huldigen, begreep van Royen dat iedere poging tot discussie vruchteloos zou zijn. Bij zijn terugkeer achter het toneel was het gezelschap dus nog niets wijzer geworden over de geluidssituatie in de concertzaal.
Toen klonk er, nadat het tromritme aan het einde van het tweede deel was weggestorven, lichte commotie vanaf het podium en geroezemoes vanuit de zaal. Even later gevolgd door het geluid van driftige voetstappen. Daar kwam Antal Dorati met wapperende grijze manen en geagiteerde tred het toneel af snellen. De orkest- en stafleden op de achterbühne verschoten van kleur. Dit was het dus. De maestro had woedend het concert afgebroken, omdat er door de herrie niet meer fatsoenlijk te musiceren viel.

"Maestro, u heeft volkomen gelijk. Het is vreselijk, ik erken het. We stellen alles in het werk om het mankement zo snel mogelijk te verhelpen," sprak van Royen zalvend, in een poging de psychologische schade zo beperkt mogelijk te houden.
"Uh...eh?", reageerde Dorati bevreemd.
"Hier kan werkelijk niemand iets aan doen. Dit was niet te voorzien. Maar ik verzeker u, we sturen onmiddellijk iemand de lichtmast in om de zaak te repareren," bezwoer van Royen de orkestleider nogmaals met klem.
Dorati trok niet-begrijpend de wenkbrauwen op, schokschouderde en stapte vervolgens gehaast de artistiek directeur voorbij. Toen keek hij achterom en zei: "Sanitaire stop, anders haal ik het vijfde deel niet."