De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Monopolie

3 januari 2012


Toen ik in 1967 het Concertgebouworkest betrad, meldde de directeur (de ex-violist Piet Heuwekemeijer) mij, dat het maken van grammofoonplaten voltooid verleden tijd was geworden. Elke compositie van belang, zo zei hij, was inmiddels op de elpee gezet dus de markt was drooggevallen. De additionele inkomsten voor de orkestmusici uit geluidsopnamen, destijds broodnodig om het karige salaris van de orkestmusici aan te vullen, zou snel verleden tijd zijn. Aldus de toenmalige orkestmanager aan de Van Baerlestraat.
Toen brak het digitale tijdperk aan en kwam de compact disk. De cd was niet alleen een ruimte- en gewichtsbesparende uitvinding, maar hij leidde ook het einde van het analoge techniekermonopolie in. Want 16 of 16.000 Herz, de bits and bytes registreren het feilloos. Sindsdien is alle muziek die er toe doet of niet (opnieuw) opgenomen. Van Ockeghem tot Peter Schat.

Toen kwam de personal computer. De pc betekende het slot van het editorsmonopolie. Omdat met de computer iedereen z’n eigen geluidsdrager kan (laten) redigeren en 'schrijven' zonder daarbij ondergeschikt te zijn aan een derde persoon of bedrijf.

Toen kwam internet. Het internet luidde het einde in van het distributiemonopolie. Via het World Wide Web kan iedereen geluids- en beelddragers wereldwijd te koop aanbieden en deze on-line aan de klant overbrengen. Want voor de internetkabel of de draadloze satelliet maakt het geen verschil of hij zijn digitale data naar de Golf van Mexico of het Buikslotermeerplein zendt. Bovendien is de kwaliteit van de communicatiesatellietten inmiddels zo toegenomen, dat live-uitzendingen van – bijvoorbeeld – de New Yorkse Metropolitan Opera rechtstreeks in Nederlandse bioscopen zijn bij te wonen. Voor een sappig prijsje, dus met stampvolle zalen tot gevolg. En de verstokte thuisluisteraar die de deur niet uit wil of kan, klikt met de cursor op de verlangde opname, ontvangt deze real time en betaalt vervolgens online.

Dat laatste mogen wij musici overigens van harte hopen, want de technische vooruitgang kent niet alleen maar voordelen. Zie daarvoor de digitale piratenbeweging die voortdurend probeert politiek salonfähig te worden. Dat onaangename bijverschijnsel treft niet alleen de muziek, maar evenzeer boeken, illustraties, journalistiek, wetenschappelijke verhandelingen en wat al niet. Uit wat begon als een platform voor vrije informatie-uitwisseling, ontwikkelde zich een abolitionisme met betrekking tot geestelijk eigendom. Om ongestraft te kunnen stelen, te plagiëren en te plunderen. Zo’n up-yours-ideologie kent natuurlijk zijn eigen huisfilosofen. Eén van hen, een Hilversumse popmuziekexpert wiens naam ik gelukkig ben vergeten, zei hierover in een tv-programma, dat hij geestelijk eigendom principieel niet erkende. En dat bij de publieke omroep die met belastinggeld overeind wordt gehouden.

Maar zie, hoe ver ook het aanbod van geluids- en beelddragers vertechnologiseert, de werkelijk grote orkesten ter wereld zien hun 'levende' aanhang niet slinken. Begrijpelijk. Virtueel is leuk maar niet het echte leven. De synthesizer kan Beethoven vele malen sneller spelen dan het snelste orkest ter wereld, maar wie zit daar op te wachten? En wie wil er nu, behalve een keer voor de lol, tegen een computer schaken?