De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Missing note

11 april 2013


Wie denkt dat bij het uitbrengen van geluidsdragers zelden of nooit iets mis gaat, vergist zich. In de opnameliteratuur wemelt het namelijk van elpees en ceedees met missers, vergissingen en andere geluidsincidenten. Foute noten, verkeerde inzetten, stofzuiger op de achtergrond, dat soort dingen. Ik herinner mij ondermeer een recording van het London Symphony Orchestra onder leiding van Colin Davis, opgenomen in de Londense Trinity Church, waar op de achtergrond goal! wordt geroepen. Welke compositie het betrof is mij ontschoten, maar dat straatvoetballertje staat in mijn geheugen gegrift. Gelukkig voor musici en producenten worden die fouten zelden opgemerkt, ook niet door beroepsluisteraars. Dat valt te begrijpen, want het is in een splitsecond voorbij en niemand is bij het beluisteren van een geluidsdrager gespitst op het ontdekken van bloopers. Er gaat dus nogal eens iets mis. Nog vaker evenwel, is er bij muziekregistraties sprake van een narrow escape. Met de schrik vrijkomen. Zoals de volgende gebeurtenis toont.

Ergens in 1968 zette het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink een van de belangrijkste werken van de twintigste eeuw op elpee: Béla Bartók's Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta. Het werk is een ritmisch pandemonium dus razend lastig uit te voeren. Het instrumentale speelveld in deze compositie wordt gevormd door twee diametraal opgestelde strijkorkesten. Dat levert zo'n gecompliceerde wisselwerking in het ensemblespel, dat er een derde - intermediaire - factor nodig is om de zaak ritmisch in de hand te houden. En Bartok legt die taak bij zijn meest geliefde instrumentale bondgenootschap piano-slagwerk-harp; een samenstelling waarbinnen de combine piano-xylofoon op zijn beurt weer een aparte rol vervuld.

Wij - slagwerkers en pianist - waren natuurlijk bijzonder benieuwd naar het klinkend resultaat, waarbij vooral de paukenist zijn nieuwsgierigheid moeilijk kon bedwingen. Na enig lobbyen en wat aandringen lukte het hem via een Philips-medewerker een pre-release-persing te bemachtigen, waarna hij zich aan het luisteren zette. En nadat hij een aantal malen opnieuw de naald op de derde track van de plaat (Nocturne) had gezet, kwam hij tot de ontdekking dat op die plek de eerste noot ontbrak. Een nachtmerrie waar elk orkest en grammofoonmaatschappij voor bespaard wenst te blijven. Geschokt informeerde de paukenist onmiddellijk de artistiek leider van het Concertgebouworkest Marius Flothuis, welke vervolgens de Philips Phonogram-top alarmeerde. Daar werd vanzelfsprekend red alert geslagen. De persen werden gestopt en de schaar en plakband weer uit de kast getrokken. Tsja, tegenwoordig halen de editors over zoiets hun digitale schouders op, maar in die tijd moest de kniptang weer in de Mastertape worden gezet. Hoe groot de schade uiteindelijk is geweest weet ik niet, maar later hoorde ik van een Philips-employee dat de opnameleider Jaap van Ginneken het meest verbolgen was over het feit dat hij deze bijna-ramp van een orkestlid had moeten horen.