De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Mahler overdacht (5) - Geslagen ten onder

Maart 2010


'Je hebt een symfonie voor slagwerk geschreven!' verweet Alma Mahler haar echtgenoot na een proefrepetitie op de Vijfde symfonie. Mahler lachte en schrapte vervolgens de helft van de trommels. Dat zou hij zonder Alma's vermaning natuurlijk ook wel hebben gedaan, maar de Vijfde is dus - blijkbaar in afwijking van het oorspronkelijke concept - geen 'slagwerksymfonie' geworden. En als er al zoiets bestaat als een Mahler-symfonie met een trommelend karakter, dan is het de Zesde.

In de hoekdelen van de Zesde symfonie ontvouwt zich een pandemonium van marsmuziek die geen werkelijke marsmuziek is, maar een reminiscentie in de vorm van een muzikaal citaat. En telkens als die marciale quote de kop opsteekt, blijkt het krijgshaftige eruit verwijderd en het verbetene gebleven. En waar elders in Mahlers symfonieën de bekkens het stofgoud uit de hemel slaan, valt hier de Hammer. Ach ja, die Hammer. Dat geheimzinnige voorwerp. Die valbijl. De muzikale guillotine die halverwege de Finale de toehoorder het uitzicht op een happy end definitief ontneemt. Hoeveel dirigenten hebben daarover hun brein niet gebroken en opdracht gegeven om kisten te timmeren, planken te zagen, buitenmodelhamers te vervaardigden. Tevergeefs. Nooit werd het bereikte resultaat als ideaal ervaren. En dat kan ook niet, want Mahlers idee over de Hammer was nu eenmaal meer conceptueel dan realistisch. Dat zit zo.

In het voorjaar van 1904 werd in het Weense Operatheater een eerste repetitie op de Zesde symfonie gehouden. De Wiener Philharmoniker stonden onder leiding van de componist. Omdat Mahler de karakteristiek van een grote trom voor de luide klappen in het laatste deel niet dramatisch genoeg achtte, had hij een enorme kist laten bouwen die met leer was overtrokken. Hierop moest met een zware houten knots worden geslagen. Alle Philharmoniker zaten gereed voor de demonstratie van deze instrumentale trouvaille: de Hammer. De slagwerker (volgens Alma Mahler de paukenist, maar die heeft als de Hammer toeslaat wel wat anders aan z'n hoofd), de slagwerker dus, hief de knots en sloeg raak. Er klonk een onbenullige plof. Mahler was diep teleurgesteld. Nogmaals tilde de trommelaar het slaghout en deed een nieuwe poging. Met hetzelfde onbeduidende gevolg. Mahler, driftig als hij werd bij tegenslag, baande zich geagiteerd een weg door het orkest naar de kist, nam de knuppel ter hand en beukte op de Hammer. Nu klonk niet alleen de doffe plof, maar ook een bulderend gelach uit het orkest. De tegenstelling tussen de absurd grote kist en het onnozele klankresultaat h ad de Philharmoniker, zwaar gebrouilleerd met Mahlers cholerische temperament, in hilariteit doen ontsteken.

Uiteindelijk werd een oude grote trommel uit de instrumentenberging gehaald. Deze werd (waarschijnlijk) horizontaal met de houten ketel op de vloer gelegd en met een harde, zware tromknuppel in het hart van het vel aangeslagen. Nog één keer heeft Mahler de kist trachten te gebruiken voor een uitvoering van de Zesde in Essen. Het transport kostte hem een vermogen en het resultaat was even belabberd als in Wenen. Een suggestie van Willem Mengelberg (1906) had zijn instemming maar is in de partituur noch in een latere bijlage opgenomen. Daarna heeft Mahler aan de Hammer geen woord meer vuil gemaakt.

Later hebben de Berliner Philharmoniker een oude pauk met daar overheen een dikke plank gebruikt. En het Koninklijk Concertgebouworkest heeft een half open houten kist laten timmeren, waarop met een king size stratenmakershamer geslagen wordt. In Amerika is de Hammer inmiddels tot een geestige vorm van beeldende kunst gepromoveerd, waarbij de slagwerkers elkaar trachten af te troeven met de grootste, de raarste, de mooiste, de intimiderendste. Type “Mahler Hammer” in YouTube en geniet.

Mahler zelf geloofde het dus wel. Eén ding is zeker: de eerste Hammer-slag moet het luidst zijn. 'Omdat de held door de eerste klap al zo is aangeslagen, dat de tweede minder krachtig hoeft te zijn om hem definitief te vellen.'
Aldus Mahler. Is de Zesde symfonie dan toch zijn Heldenleben?