De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Mahler overdacht (4) - Onder en boven

Maart 2010


Waarom dwingt Mahler de strijkers en houtblazers tot onderling dualisme en waarom laat hij dat bij het koper achterwege? Misschien omdat de koperen blaasinstrumenten de tweeslachtigheid al in zich dragen: het triviale en het verhevene. Ziedaar de twee muzikale archetypen die het historische milieu van de koperen blaasinstrumenten vormen. En in die context gebruikt Mahler ze ook. De oorspronkelijke militaire signaalfunctie en de later verworven lyrische kwaliteiten. Het geciviliseerde geschal van de jachthoorns (hier beneden) en de majestueuze koralen van de bazuinengroep (daar boven). De boertige Dreivierteltakt van de tuba als het aardse, de schaamteloos pathetische last post van de verre posthoornblazer als het hogere.

Ontwikkelt Mahler bij strijkers en houtblazers vooral klankmutaties binnen de groep, bij het koper kiest hij voor de kleur van de soort: hoorns (plus tenorhoorn en tuba) of bazuinen (trompetten en trombones). Zelfs als beide secties tegelijkertijd aan het woord zijn, bepaalt een der soorten de stemming. Zijn het de hoorns *), dan gilt het koper hoog in het octaaf vol plat plezier. Zijn het de voorwaarts gestoken bazuinen, dan regeert de extatische hymne aan de hemelpoort. Wie dat niet duidelijk is, moet de Finale uit de Tweede symfonie maar eens beluisteren.

Niemand van the brass echter, hoeft grenzen te overschrijden op een wijze zoals die - bijvoorbeeld - van hoboïsten en contrabassisten wordt gevergd. Zeker, koperblazers worden zwaar belast door Mahler. Vooral de solohoornist en solotrompettist vertolken partijen waarbij de moeilijkheidsgraad van menig hoorn- en trompetconcert verbleekt. Maar nergens worden zij geconfronteerd met grensoverschrijdende spelregels waarvoor ondermeer fluitisten zich zien gesteld. Bovendien wordt de collectieve taak meestal in veelvoudige bezetting uitgevoerd. Moet er iemand even op adem komen, dan brengt dat de groep niet direct in verlegenheid.

Merkwaardig is dat Mahler de trompetgroep een zelfde indeling geeft als de hoornisten: één, drie en vijf spelen de hoge partijen; twee, vier en zes de lage. Om zich er vervolgens niet aan te houden, want tweede en vierde blazers worden regelmatig ijzingwekkend hoog opgejaagd. Allround wezen dus. Welnu, dat mag tegenwoordig gebruikelijk zijn, destijds moet menig koperblazer het hart in de keel hebben geklopt. Ziedaar, koperblazers worden door Gustav Mahler dus niet ontzien, maar overall vinden zij het spelen van zijn muziek toch 'lekker werk'.


N.B.
Geen hoorns genoeg voor Mahler. Het verhaal gaat dat, bij een uitvoering in Berlijn, Gustav Mahler de orkestintendant waarschuwde voor het feit dat hij acht hoornisten nodig had. Deze antwoordde trots dat het orkest er wel elf had. Waarop Mahler drie hoornpartijen aan de partituur toevoegde.