De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Het geestverruimend doolhof

Jaren 90


Halverwege de jaren zestig (u weet wel, de verbeelding aan de macht en smoke gets in your eye) werd op de vooruitgeschoven posten van de internationale toonkunst het zogenoemde totaaltheater als het nieuwe geloof omarmd. Muziek, ballet, beeldende kunst, poëzie, film en wat al niet, moest tot één alles omvattende creatie worden gebundeld, zodat de afzonderlijke muzische verschijningsvormen konden opgaan in een nieuwe, multidisciplinaire entiteit die een hogere artistieke dimensie vertegenwoordigde. Een pretentie waar een gewoon mens ademnood van zou krijgen, maar wel iets vertelt over de toenmalige tijdgeest.

Om de trend van die psychedelische jaren niet te missen, besloot ook het Holland Festival een totaaltheater-productie te brengen. Het werd Labyrint van Peter Schat. Achteraf bleek Labyrint gewoon een opera, waarvan het theatrale bestanddeel was opgeblazen tot een soort Fellini-spektakel. Destijds was het evenwel een met sappige voorpubliciteit begunstigd muziekcircus, dat lachbuien en onbehagen in Theater Carré veroorzaakte. Bovendien droeg Labyrint een maatschappijkritische signatuur, dus had - voor er nog een noot was gespeeld - al voor- en tegenstanders. En die sloegen elkaar in kranten en tijdschriften met zulk een polariserend geweld om de oren, dat zelfs de landelijke politiek er zich mee ging profileren. De socialistische voorman Den Uyl ging met Schat op de foto en de conservatieve senator van Riel voelde meer voor de oproerpolitie. Vriend en vijand waren het echter over één ding eens: Labyrint was voor Nederland een volstrekt nieuw muziektheater-evenement.

Omdat in de partituur aan de percussie-instrumenten een hoofdrol was toebedeeld, had de regisseur ons slagwerkers een letterlijk verheven positie toegewezen. Hoog uit torenend boven het speelvlak en roffelend op een batterij Afrikaanse spleettrommen (etnisch was ín), speelden er zich diep onder ons schilderachtige taferelen af. Onder leiding van dirigent en primo-pagliaccio Bruno Maderna, baande langs alle hoeken en gaten van Carré een kakelbonte stoet muzikanten, acteurs, prima donna's, ballerina's, komieken, acrobaten, dwergen en vuurspuwers zich een weg langs nooit eerder begane paden van de theatrale uitvoeringspraktijk. Een onderneming die reeds bij de eerste voorbereidingen tot hevige commotie onder de deelnemers had geleid, want alles moest anders. Componist en regisseur vergden van de uitvoerenden een inlevingsvermogen tot aan de uiterste grenzen van de groei. De performance namelijk, was tenminste zo belangrijk als het klinkend resultaat. Een aanpak die z'n hoogtepunt vond in een ernstig bedoelde maar hilarisch uitpakkende scène, waarin acteur Ko van Dijk door een zwarte bokser achterna gezeten werd en schreeuwend en tierend dwars door het Utrechts Symfonie Orkest en zijn instrumentenverzekering heenstormde. Om de klappen te ontvluchten die door de pisnijdige musici niet altijd ontweken konden worden. Running gag van de voorstelling was Henk van Ulsen als krankzinnig geworden fotograaf, voor wie het flitsen een dwangneurose was geworden. Als een lijmsnuiver droeg hij het fototoestel onder de neus en bestookte spelers en publiek met een spervuur van flash-light. Tot ergernis van de musici, die na zo'n frontale lichtflits hun bladmuziek nog lange tijd in een blinde vlek verduisterd zagen. Verder was boven de piste een web van touwen gespannen, waarover zich - kwijlend van inspanning - acrobaten bewogen. Waarbij de onderzittende strijkers zich tot de risicogroep rekenden en daar luidruchtig tegen fulmineerden. Sinds de Belgische opstand van 1830 naar aanleiding van een uitvoering van de Stomme van Portici, had geen Nederlandse muziekproductie zo'n opschudding gewekt. Iedereen schold, alles ging fout, maar niemand liep weg.

Nu, veertig jaar later, is Labyrint een van die herinneringen aan een quasi naïef tijdperk, waarin serieus werd gedacht dat de culturele revolutie van Mao Tse Toeng duizend bloemen zou doen bloeien. Later bleken de politieke helden erger dan de kwaal. Wat in het geheugen beklijfde was de lol van de opwinding.