De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Het grijs verleden achterland

17 september 2012


Eind jaren vijftig begon ik mijn loopbaan als slagwerker bij de Haarlemse Orkest Vereniging. Met de aantekening dat dit ensemble, ten gevolge van een bedragje aan provinciale subsidie, net was omgedoopt tot Noord-Hollands Philharmonisch Orkest. Afgezien van de rayonachtige naamgeving was die geografische taakverbreding geenszins een ramp. Integendeel. Dat het ensemble de provincie Noord-Holland als cultureel achterland was toegewezen, voelde men als een officiële erkenning van het bestaansrecht van het enthousiaste maar armlastige muziekgezelschap. Het Haarlemse orkest verkeerde namelijk voortdurend in bittere geldnood en kende daardoor een seizoensbegroting met een meedogenloos karakter. Wie meer op het programma wilde dan een artistiek basispakket, moest zelf maar aangeven waar het geld vandaan moest komen. Waarmee de artistieke en sociale speelruimte van onze provincieorkesten in die tijd tamelijk nauwkeurig is geschetst.

Door die nieuwe gewestelijke functie nam het aantal optredens buiten Haarlem vanzelfsprekend sterk toe. In de praktijk kwam dat veelal neer op een overbevolkt toneeltje in het plaatselijke Heerenlogement of het Gulden Vlies. Bovendien bleek niet iedere plattelandsgemeente op de hoogte van de minimaal vereiste voorzieningen welke een optreden van een symfonieorkest met zich brengt. Wat nogal eens leidde tot ergerlijke maar soms ook wel hilarische toestanden.

Zo waren de bollenkwekers in West-Friesland dermate opgetogen geweest over het feit dat een echt orkest hun dorp Blokker zou aandoen, dat zij ter gelegenheid van deze regionale première de dames en heren orkestleden een aardigheidje aanboden: respectievelijk een kolossale bos tulpen en een fles jenever; hetgeen de nachtelijke terugreis een stuk dragelijker maakte.
Minder gelukkig was de plaatsing van het orkestplatform in het Blokkerse veilinggebouw geweest. Dat had men recht voor de ingang van de toiletten gesitueerd. En aangezien de gulhartige bloementelers voor aanvang van dit zaterdagavondoptreden de week al stevig hadden rond gedronken, was het gedurende het musiceren een komen en gaan van verhitte concertbezoekers, die zich achter de contrabassisten langs wurmden om de retirade te bereiken. En even later weer terug natuurlijk. Soit! Onwennigheid. Kan gebeuren. Volgende keer beter. Belangrijker was, dat de werkgelegenheid voor de Haarlemse musici en hun staf voorlopig was veiliggesteld.

Stuitender bleek de explosief toenemende hoeveelheid koorbegeleidingen beneden de artistieke ondergrens. In de subsidievoorwaarden was namelijk vastgelegd, dat elke zangvereniging die het etiket oratorium op haar koor had geplakt een beroep kon doen op deze nieuwe regionale symfonische voorziening. En dat deden ze. Het aantal diep beledigende uitvoeringen van de Schöpfung, de Jahreszeiten en het Weihnachts Oratorium dat de musici en het publiek zich hebben moeten laten welgevallen, is in strijd geweest met de menselijke waardigheid. Eén koorleider maakte het zo bont, dat de concertmeester hem tijdens de eerste repetitie onderbrak met de woorden: 'Mijnheer, dit is de Mattheus Passie en die moet ongeveer drie maal sneller worden gespeeld.' Woedend eiste de muzikale minkukel dat het orkest zou spelen zoals hij wilde. De uitvoering eindigde met een half lege zaal, want het publiek (autobezitters vormden nog een minderheid) had de laaste bus genomen. Een andere sukkel stuurde bij een mis van Bruckner de tubaïst naar huis omdat hij geen 'ordinaire blaasbas' in zijn orkest dulde. Kortom, het was vaak vreselijk.

Maar de uitvoerende kunst in de jaren vijftig had geen vet op de botten, dus het orkest was zich bewust aan welke kant de boterham was gesmeerd. Zodoende kwamen alleen de allerergste muzikale delinquenten in aanvaring met de artistieke commissie. En één van die nitwits belde na zo'n botsing het Algemeen Nederlands Persbureau en vertelde rancuneus, dat het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest onder zijn leiding zo hard had gespeeld, dat de kalk van de kerkmuren was gevallen. Zonder behoorlijke verificatie bracht de televisie die lariekoek in het vroege avondnieuws, waardoor nog diezelfde dag het stichtingsbestuur van het orkest in actie moest komen om de provinciale subsidie uit de politieke gevarenzone te houden. Het NTS-journaal wordt daarvoor en hierbij alsnog bedankt.