De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Fusie!?

25 ap 2011


Recent persbericht 1. Vier trombonedocenten aan de Rotterdamse Hogeschool voor Kunsten Codarts stappen, onder aanvoering van KCO-trombonist Jörgen van Rijen, over naar het Amsterdams Conservatorium.

Recent persbericht 2. De Hogeschool van Beeldende Kunst, Muziek en Dans Den Haag en de Hogeschool voor Kunsten Codarts Rotterdam gaan samenwerken op het gebied van klassieke muziek, jazz, dans en docentenopleiding.

Recent persbericht 3. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest start een Academie voor een Rotterdams-Haags conservatoriumorkest.

Drie ogenschijnlijk losse krantenberichten in één week tijd, maar wie de materie een beetje kent ziet het onderling verband. Er bestaan teveel professionele muziekopleidingen in ons land en bovendien zijn de onderlinge kwaliteitsverschillen ervan te groot. Daarom wordt al decennia lang gesteggeld over samenwerking en mogelijke fusies, maar substantiële resultaten daarover zijn nooit bereikt. Niet verwonderlijk, want zo lang er gepraat wordt verandert er niks en dat is voor veel betrokkenen een doelstelling geweest. Evenwel, Times Are A Changing. Wat in het huidige kabinetsbeleid over kunst, kunstsubsidie en aanpalende opleidingsinstituten is vastgelegd, laat niets aan duidelijkheid te wensen over: heftig kappen. Waarmee de daadwerkelijke strijd om zelfbehoud is begonnen.

'Het is goed de concurrentie achter je te laten,' zo sprak de directeur van het Koninklijk Conservatorium Henk van der Meulen in dit verband. Om er onmiddellijk op te laten volgen 'dat een vuist in de richting van Amsterdam helemaal niet nodig is, want wij maken een vuist voor onze studenten.' Een mooi ronkende formulering. Waarom hij Amsterdam dan toch expliciet noemde, laten wij maar aan de dieptepsychologen.
Opmerkelijk in deze is de actieve rol van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Natuurlijk, plaatselijke orkesten en scholen zijn gebaat bij een goede verhouding. Maar het oprichten en beheren van een grootschalige Orkestacademie is een duur en omvangrijk karwei en vergt veel personele inzet. En het handelt hier uiteindelijk om opleiding en educatie en niet de concrete symfonische uitvoeringspraktijk.

Daar nu zit de verborgen crux en die heet Het Residentie Orkest. Of het de afgetrapte ambiance van de Haagse Dr. Anton Philipszaal is, de ongeine locatie van deze concertplek, het programmabeleid of van alles een beetje, feit is dat het Residentie Orkest al langdurig zucht onder een tekort aan publieke belangstelling. Een situatie die in de orkestwereld (ook in het R.O. zelf) al een aantal keren tot de suggestie heeft geleid het Rotterdams Philharmonisch en het Residentie Orkest te laten fuseren. Bedekte aanbevelingen weliswaar, want niemand in de branche wil de schijn van broedermoord op zich laden. Maar cijfers liegen niet en zijn bovendien openbaar; al moet je het Contactorgaan Nederlandse Orkesten met de dood bedreigen om ze boven water te krijgen. Hoe dan ook, het Residentie Orkest beweegt zich richting de gevarenzone en is daarnevens de niet-genoemde in deze voorgenomen coöperatie. Terwijl dit orkest toch een historische band met het Haagse conservatorium onderhoudt.

Een en ander valt als volgt te verklaren. Zou een fusie voor het Residentie Orkest op termijn redding betekenen, in Rotterdam staat men niet te trappelen voor deze optie. Want waar in de Haagse gemeenteraad het R.O. door de PVV-fractie smalend wordt uitmaakt voor een tromboneclubje, weet men zich in de Maasstad politiek breed gesteund. Zelfs Leefbaar Rotterdam, een partij die voor de recente verkiezingen nog naar de PVV lonkte, zegt 'handen af van het Rotterdams Phil.' Daar komt nog bij dat de ervaring leert, dat bij een fusie altijd banen sneuvelen en dat een deel daarvan ook Rotterdamse betrekkingen zullen zijn. Dus voor het zover komt, willen ze in De Doelen zoveel mogelijk ijzers in het vuur. Anders gezegd, het Rotterdams Philharmonisch Orkest vlucht naar voren. Wordt vervolgd.