De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Bolero - de orkestrale sluierdans

Maart 2010


Iedere musicus en musicienne koestert wel een muziekstuk dat als katalysator heeft gefungeerd voor zijn of haar muzikale bewustwording. Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs een meesterwerk te wezen (een eenvoudig wijsje kan voldoen), maar het betreft in zo'n geval wel een opus dat op enigerlei wijze de gevoelige snaar raakte en daardoor het sluimerende muzikaal besef activeerde.

Het mijne is de Boléro van Ravel; de sensuele sluierdans voor symfonieorkest in de vorm van een tergend langzaam verlopende muzikale monotonie. Een jaar of acht moet ik zijn geweest, toen de slaapkamerdeur op een kier stond waardoor diffuus licht en gedempt geluid uit de woonkamer mijn kinder(ziek)bed bereikten. Ver achter de horizon van mijn bewustzijn klonk via de draadomroep een extatisch lied zonder woorden. Een oosters gekleurde cantilene, zwevend op een bovenaardse harmonie, die zich in mijn koortsige geest ontwikkelde tot een zinderende extase: de Boléro. Stupéfait was ik van de gedachte, dat er zoiets zinnelijk moois kon bestaan. De muziek had haar faustisch werk gedaan.

Gezien de Baskische achtergrond van de Boléro (1928) dient deze eigenlijk tweemaal zo snel te worden gespeeld als Maurice Ravel heeft voorgeschreven. Maar ja, juist die meedogenloze slow motion maakt deze bolero tot de Boléro van Ravel. Een haremachtige melodie die zich heupwiegend door het orkest beweegt op de cadans van een gedrogeerd tromritme.
Een aantal tijd- en vakgenoten van Ravel was diep geschokt door de 'platvloersheid' van het concept. Ravel zelf sprak van een niet-inhoudelijke balletmuziek, gebaseerd op een tweetal onpersoonlijke volksmelodieën van Spaans-Arabische aard. Niet-inhoudelijk omdat aan de Boléro geen verhalend element ten grondslag ligt, onpersoonlijk aangezien het thema een samentrekking is van twee traditionals waarvan niemand weet door wie ze oorspronkelijk zijn geschreven. En verder vond Ravel dat hij betere stukken had gecomponeerd. Dat mag dan zo zijn, de Boléro is hem altijd dicht aan het hart blijven liggen. Toen Arturo Toscanini eens in bijzijn van de componist het werk dirigeerde in het tempo van de oorspronkelijke volksdans (tweemaal te snel dus), barstte Ravel in woede uit en schold na afloop de maestro de huid vol. En aangezien dat gebeurde voor een volle zaal is dat nooit meer helemaal goed gekomen.

‘Au fou!’ riep een dame tijdens de première.
‘Zij heeft het begrepen,’ grinnikte Ravel.