De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

De akoestische beschermengel

2004


Naar aanleiding van een (Engelse) discussie over de kwaliteit van oude grammofoonopnamen werd beweerd, dat de akoestiek van het Amsterdamse Concertgebouw in de jaren zestig of zeventig zou zijn aangetast door het verwijderen van de oude verlichting (lovely old lamps) boven het podium. Een tamelijk onzinnige bewering en bovendien een onbewijsbare stelling. Waarschijnlijk speelde hier een persoonlijk vertekenende terugblik een falsificerende rol.

Even voor de goede orde: elke ingreep, hoe klein ook, beïnvloedt de akoestiek van een concertzaal. Een frisse verflaag, andere stoelen, toegevoegde ornamenten, nieuwe gordijnen, elke fysieke verandering draagt bij aan een nieuwe 'formant' en het Amsterdamse Concertgebouw maakt daarop geen uitzondering. Wat telt is of zo'n alteratie hoorbaar schadelijk is en daarover wordt al sinds 1888 getwist. Wat die oude lampen betreft, toen die er nog hingen was er ook nog de Blauwe Zaal. Een tribuneachtige ruimte achter het middenbalkon die thans is afgesloten. Zo'n vormverandering van een open holte naar een gesloten achterwand lijkt mij van een geheel andere orde dan een paar fluwelen lampenkappen. Toch staat mij niet bij, dat de zaal toen wezenlijk anders klonk. Of neem de verdubbelde hoogte van de orgelspeeltafel. Die ombouw was weliswaar in overeenstemming met het oorspronkelijke ontwerp, maar de paukenisten zijn er niet blij mee. Zij krijgen sindsdien van hun akoestische achtergrond een 'kets' terug en moeten daar de rest van hun orkestrale bestaan mee leven. Verder, wat weinigen zich realiseren is dat met de renovatie van 1988 onder het podium een geheel anders gevormde klankbodem is ontstaan en waar vroeger onder de Grote Zaal slechts een kruipruimte was, ligt nu een grote betonnen doos als opslagruimte voor instrumenten en zaalstoelen. Is dat iemand opgevallen?

Er is meer. Naast bovengenoemde constanten bestaan er tal van variabelen die een directe invloed uitoefenen op de klank van een concertzaal. Zo bestaat er een verschil in nagalm-absorptie tussen publiek in zomer- en winterkleding, terwijl ook een vochtige concertzaal anders reageert dan een droge. Vraag het de arme harpiste. Lang voordat de eerste concertbezoeker de zaal betreedt, is zij al met de digitale stemvork in de weer om de snaren in het gareel te krijgen. Om vervolgens bij het openen van de zaaldeuren het gehele snarenstelsel door de stijgende vochtigheidsgraad onder haar handen te horen 'weglopen'. Let maar op, bij natte weersomstandigheden stemt het orkest vaker tussentijds dan anders. En dan hebben wij het nog niet eens over het enorme klankverschil tussen een volle of slecht gevulde Grote Zaal. Kortom, dat de verwijdering van een paar pluche lampenkappen een verslechterende invloed zou hebben gehad op de akoestiek van het Concertgebouw, komt mij uitermate gezocht voor. Bovendien maakte het Concertgebouworkest zijn geluidsopnamen in die tijd niet op het podium maar in het midden van de zaal. Daarbij hingen van de balkonranden dikke gordijnen om de 'lege' nagalm te beperken en zaten de verschillende instrumentale groepen tussen gecapitonneerde geluidsschermen omdat richtmicrofoons in die tijd nog onbekend waren. Alsof een beetje lampenpluche onder die omstandigheden nog relevant zou zijn...

Een ding moet ik toegeven, die oude lampen verspreidden een mooi diffuus licht. Poëtischer dan het verticaal gebundelde lichtgeweld van thans, dat de gezichten van de musici in een slagschaduw plaatst. Maar ja, de oude houten lessenaars vond ik ook beter ogen dan de huidige, maar ze wiebelden en voor de orkestbodes was het geen doen meer. Ik bedoel maar, nostalgie is niet zelden geschiedvervalsing. De Grote Zaal aan de Van Baerlestraat... het Koninklijk Concertgebouworkest mag zijn handen dichtknijpen met zo'n beeldschone beschermengel. Ook zonder lovely old lamps.