De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Begin

Maart 2011


Bepaalde muziek begint. Vangt aan. Steekt van wal. Doet haar intrede. Gooit onmiddellijk al haar argumenten in de strijd en eist terstond antwoord. De Symphonie Fantastique van Berlioz is daarvan een voorbeeld. De introductie van het hoofdthema in dit werk ‑ toch al geen meezinger ‑ geschiedt reeds in de eerste maat, via een korte maar glibberige weg van vier vertragende triolen met een beruchte ballistiek. Er zijn dirigenten die er liever niet aan herinnerd worden. Het is dan ook niet niks. Een te luie inschatting en het koortsige idee fixe gaat al bij de inauguratie ter ziele. Ook een te voortvarende start werkt contraproduktief, want maakt het klaagmotief tot jaagmotief. Muziek met voorbedachte rade, dus. Andere muziek daarentegen, klinkt al voordat er een noot gespeeld is. Als een vanzelfsprekende volgende fase in een natuurlijk proces, welt het thema op uit iets dat er altijd al was, maar alleen nog hoorbaar gemaakt moest worden. Brahms' Vierde symfonie begint zo. Dan is er muziek die schroomvallig, welhaast verontschuldigend op gang komt. Even de adem inhoudt en daardoor haar schaduw vooruit werpt. Een schijnbeweging die oprechte interesse vereist om begrepen te kunnen worden en daarom nogal eens wordt stukgehoest. Is de ontvankelijkheid echter optimaal, dan krijgt die muziek de kans haar stille kracht te tonen. Zoals Debussy's Prelude a l'apres‑midi d'un faune, waarin fluisterend ‑ dus alleen voor de goede verstaander ‑ de revolutie van de twintigste eeuw wordt aangekondigd. Zo vergen al die vele duizenden composities hun eigen specifieke opkomst. Eigenlijk is het onbegonnen werk.