De Symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large

Klik hier om terug te gaan naar het Archief...

Balans

1 september 2009


Onevenwichtigheid tussen luid en zacht in een symfonieorkest manifesteert zich meestal in volume-overheersing van koper, pauken en slagwerk over strijkers. Nu is dat een open deur intrappen, want iedereen weet dat een trompet luider kan klinken dan een viool. Dus, handelend naar de wet van de amplitude, moeten de strijkers harder spelen en de anderen zachter. Was het maar zo eenvoudig. Hard is al snel hardvochtig en een harteloos strijkorkest produceert een schrapend geluid waaraan elke nuance is ontvlogen. En koperblazers die onder de ondergrens van het instrumentale volume moeten spelen, steken te veel energie in een geforceerde geluidscontrole en te weinig in het klinkend resultaat. Een polariserend probleem bijgevolg. Elke centimeter meer trombone of trommel dwingt tot een verdere uitvergroting van de strijkerssectie, en het is maar de vraag of dat (nog afgezien van de kosten) stilistisch wenselijk is. En veel strijkers kunnen nog steeds niet wennen aan het percussieve idioom van de twintigste eeuw (Stravinsky, Bartók, Prokofjev), omdat dat haaks staat op het negentiende-eeuwse violistenideaal. Maar de werkelijke oorzaak van een orkestrale onbalans ligt eigenlijk altijd in dirigerend onvermogen. De intellectuele onmacht van een dirigent de musici een consistente manier van spelen af te dwingen. Een toestand die wordt veroorzaakt door gebrek aan samenhangende visie. De kapelmeester die voortdurend roept dat het allemaal zachter moet maar niks zinnigs weet te zeggen over de modus waarmee hij dat wil bereiken, zadelt de musici op met een probleem. Zijn probleem.